7 Tips voor Meer Vis met de Vaste Hengel

Het vissen met de vaste hengel op witvis is ontzettend leuk om te doen... als je tenminste vissen vangt! Ook al is het water nog zo mooi en zit je in een prachtig natuurgebied, als je de dobber bewegingsloos in het water voor je ziet staan, dan drukt dat toch op het succes van je visdag.
De 7 tips hieronder zullen je helpen om meer vis te vangen met de vaste hengel en daarmee je visdag succesvol af te sluiten!

Tip 1: Informeer naar de visstand in het water

De eerste tip van de lijst lijkt een inkoppertje: waar geen of weinig vis zit, zul je niet veel vis vangen! Toch zijn er veel sportvissers, die niet voor het vissen uitzoeken of er op een bepaald water voldoende vis (of misschien wel veel vis) zit. Wanneer je onvoorbereid op pad gaat, zul je merken dat er visdag tussen zitten, waarbij je geen tot erg weinig vis zult vangen. Bij leden van lokale hengelsportverenigingen of bij de hengelsportzaak kun je voor een vis-sessie informeren op welke plekken goed gevangen wordt. Zelfs een wereldkampioen zal op een water met een slechte visstand geen topdag hebben!

Tip 2: Hengelsportuitrusting op orde

Geordende tuigjes = meer vistijd = meer visEen goede voorbereiding is het halve werk: dit geldt ook voor het vissen met de vaste hengel. Zorg dat je, voordat je van huis gaat, al je tuigjes, dobbers, lijnen, haakjes, etc... goed geordend hebt. Op het moment dat je namelijk wilt wisselen, kun je de spullen makkelijk vinden. Dit bespaart je ontzettend veel tijd aan de waterkant en deze tijd kun je beter gebruiken om te vissen en je kans op een aanbeet te vergroten!

Tip 3: Vooraf voeren

Het overgrote deel van de vissers, die er met de vaste hengel op uit trekken, zullen op de visdag zelf hun hengels aan het water in elkaar schuiven, de lijn bevestigen en beginnen met voeren. Op deze manier worden de vissen pas gelokt op de dag, dat je ook met vissen begint. Je kunt meer vis vangen op een visdag door enkele dagen van te voren te beginnen met het lokken van de vis naar je stek. Door enkele dagen in het voren te starten met het voeren van de vis op je stek (bijvoorbeeld telkens 's avonds enkele ballen lokvoer met een paar kleine handjes maden), vergroot je de kans dat de witvis al op je stek aanwezig is als je gaat vissen. Hierdoor maak je dus vanaf de start van de visdag gelijk kans op meer aanbeten en dus op het vangen van meer vis! Let er wel op dat je niet elke avond een hele kruiwagen voer in het water gooit, want dit kan zorgen voor het verzuren van het water (en als het op grote schaal gebeurt zelfs leiden tot problemen voor de visstand).

Tip 4: Peilen van de waterdiepte

Bij het vissen met de vaste hengel moet je de waterdiepte pijlen om de haak met het aas op de juiste diepte aan de vis te kunnen aanbieden. Wanneer je niet de waterdiepte peilt, kan het zijn dat je veel te ondiep of juist veel te diep aan het vissen bent. Het peilen van de waterdiepte met de vaste hengel en een peillood wordt uitgelegd in Waterdiepte peilen met de Vaste Hengel. Door het aas aan te bieden op de juiste diepte, vergroot je je vangkans en vang je meer vis!

Tip 5: Dobber - zo licht als mogelijk, zo zwaar als noodzakelijk

Bij het vissen met de vaste hengel is de dobber essentieel: hiermee registreer je de aanbeten van de vis. Nu is het zo dat een zware dobber voor de vis meer weerstand biedt, dan een lichte dobber. Dus hoe lichter de dobber, des te minder voelt de vis weerstand bij het happen naar het aas. Aangezien vissen het aas nogal eens uit spugen als ze het niet vertrouwen, is een minimale weerstand van de dobber (dus een zo licht mogelijk drijfgewicht) noodzakelijk om meer vis te vangen. Echter moet er ook rekening gehouden worden met het gewicht van het aas, de lijn, de wind en golven op het water: de dobber moet wel voldoende drijfgewicht hebben om boven het water te blijven drijven (en niet bij elk klein golfje te verdwijnen). Voor stilstaande wateren zoals sloten en plassen is vaak een drijfgewicht tussen de 0.5-1.5 gram voldoende. Vis je op rivieren met meer stroming, dan is een hoger drijfgewicht vanaf 3 gram vaak wenselijk (tot wel 10+ gram bij meer stroming!). Bij een goede balans tussen omstandigheden en drijfgewicht zal je de weerstand voor de vis zo minimaal mogelijk houden en zo je vangkans optimaliseren.

Tip 6: Gebruik kleine haakjes

kleine haakjesHoe kleiner de haak, des te minder de haak opvalt voor de vis. Een vis zal dus sneller bijten, als het aas aan een kleiner haakje wordt gepresenteerd. In de regel zorgen grotere haakjes, maat 12 en groter, bij het vissen met de vaste hengel op witvis voor een kleinere vangst. Bij het vissen op witvis kun je voor het vangen van meer vis beter klein beginnen, bijvoorbeeld met een haakje maat 20 of 22. Wanneer het vangen goed gaat of als je merkt dat je door een klein haakje vis verspeelt, kun je langzaam grotere haakjes maat 18 proberen. Over het algemeen geldt dat haakjes maat 18 á 20 voor alle witvis goed is. Probeer dus zo kleine haakjes te gebruiken bij het vissen op witvis om de vangst te vergroten.

Tip 7: Varieer je haakaas

Eenmaal aan het vissen met de vaste hengel kan het zijn, dat de aanbeten tegenvallen. Vaak kun je aanbeten extra uitlokken, door het haakaas te wisselen. Zorg ervoor dat je verschillende soorten aas bij je hebt: maden, casters, maïs, brood, aardappel en wormen/pieren. Het wisselen tussen verschillende soorten haakaas binnen een vissessie of het combineren van verschillende soorten aas (bijvoorbeeld maden + maïs, of pieren + maden) zorgen vaak voor net extra aantrekkingskracht om de vis te verleiden tot een aanbeet. Door te variëren met het haakaas kun je op deze manier meer vis vangen met de vaste hengel!

Op zoek naar algemene informatie over het witvissen met de vaste hengel? Lees Witvissen met de Vaste Hengel.

Voor meer witvisinformatie vindt u hier een overzicht met de witvisinformatie op Leervissen.nl!